Bijna acht op de tien Belgen blijkt vandaag te weten wat fair trade is, de helft van ons koopt nu en dan een FT-product. We doen dat vooral uit respect voor de producenten (38%) of voor de goede zaak (29%). Maar…

De meeste mensen liggen niet wakker van het feit dat ze met een minuscuulkleine financiële inspanning (sommige eerlijkehandelsbananen zijn zelfs niet duurder meer dan het gewone aanbod) het leven van arme boeren zo kunnen veranderen dat hun kinderen niet langer op het veld moeten werken, maar naar school kunnen gaan.

schreef journalist Dirk Draulans op zijn blog. Hij bezocht in 2007 Peru, en ontmoette er boeren, die een deel van hun producten via Max Havelaar kunnen verkopen.

In september 2007 verscheen een artikel van hem in de Knack. Daarin stelt hij:

“Het verschil voor de lokale boeren is zo treffend dat het bijna onredelijk is dat de eerlijkehandelsproducten zo moeizaam hun weg vinden naar onze winkelkarretjes. Hun marktaandeel schommelt rond de 1 procent. Het verhoudingsgewijs kleine prijsverschil met gewone producten kan dat schamele cijfer niet verklaren. Misschien is de gewone consument niet geïnteresseerd in het lot van arme boeren uit ontwikkelingslanden, stelt hij zich geen vragen bij de bananen en koffie die hij koopt. Solidariteit is geen gegarandeerd gegeven in het gedrag van consumenten, die desondanks in enquêtes wél zullen verklaren in het concept geïnteresseerd te zijn.”

Fairtrade en marktonderzoek, zin of onzin? is een artikel dat ik eerder postte op mijn fairtradekookboek-blog. Dat bracht zoveel bezoekers tot daar, dat ik enkel maar kan concluderen, dat het tijd wordt om dit onderwerp naar een breder geïnteresseerd publiek te vertalen.

Dat gaan we de komende maanden dan maar eens doen.